Periode: 22-06-2009 / 09-07-2009, door Rick de Haan

Motorreis Ierland,
en Murphy’s Law in de praktijk

Dit reisverslag is voor € 24,95 tevens in boekvorm te bestellen. Neem contact op via ierland2009@haanweb.nl.

Reageren op dit reisverslag?
Laat een bericht achter via het contactformulier
 
Dag: Maandag 22 juni 2009
Hoek van Holland 92,5 km.
Weer: Zonnig

Vandaag begint onze motorvakantie naar Ierland. De motor is kortgeleden nog helemaal nagekeken, voorzien van gloednieuwe spaken, remblokken, etc. Omdat we de nachtboot vanaf Hoek van Holland nemen hebben we nog een hele dag om in te pakken. Dat komt goed uit, want de leren tas die we klaar hadden staan blijkt te klein voor onze wensen. Dus ga ik snel nog even naar de stad voor een grote sporttas. Bij de vierde winkel slaag ik en race ik naar huis om de bagage over te hevelen en wat extra bagage toe te voegen. Als ik de tas achterop Lucy (de naam van de motor) plaats, dient zich het volgende probleem aan: de tas is te groot. Ik zie mijn kentekenplaat niet goed omdat de tas er overheen hangt. Dus haast ik mij nog even naar de Gamma voor een op maat te zagen spaanplaatje van 3 euro. Thuisgekomen ga ik met zaag en hamer aan de slag. Het eindresultaat is afzichtelijk, maar functioneel. De supersized sporttas bind ik met twee spanbandjes vast en het zit als gegoten.

 

Nadat we om afwas te sparen nog even een ovenpizza naar binnen schuiven, vertrekken we rond 19:00 uur naar Hoek van Holland. Hoewel we vroeg zijn kunnen we meteen de boot op. Een helper denkt dat ik het voldoende vind als Lucy met één spanbandje wordt vastgezet. Mooi niet! Met een extra spanbandje van Stenaline en twee van mezelf durf ik het uiteindelijk aan om Lucy achter te laten. Op de boot hebben we een hutje met een stapelbed. Nadat we tijdens de zonsondergang vanuit de bar de Noordzee onder de boot hebben zien doorglijden, houden we het vroeg voor gezien. Morgen namelijk de langste rit!

Dag: Dinsdag 23 juni 2009
Harwich – Pontypridd 439,2 km
Weer: Zonnig, later bewolkt en enkele druppels
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Om 05:00 uur gaat de wekker van mijn GSM. Tijdens motorvakanties worden we heel toepasselijk gewekt met motorgeronk. Om 05:30 uur zitten we aan ons eerste Engelse ontbijt van de vakantie. Ik blijf de onwaarschijnlijke combinatie van witte bonen in tomatensaus, scrambled eggs, worstjes, bacon en champignons heerlijk vinden. Rond 06:10 uur proberen we met onze bagage terug bij Lucy te komen. Het blijkt echter dat we gisteren even beter hadden moeten opletten op welk dek we haar hebben achtergelaten. De deur bij dek 3 is nog dicht. Achteraf begrijp ik dat we gewoon te vroeg zijn, maar daarvoor loop ik eerst wel bepakt en bezakt langs de receptie op dek 8. Lucy staat nog fier overeind op dek 2, blijkt later.

Rond 06:40 uur mag ik de eerste rotonde rechtsom nemen (er zullen er nog vele volgen). Omdat we door Engeland heen in principe de snelste weg naar Ierland willen hebben, zitten we vast aan de snelwegen. Om onze achtersten wat rust te gunnen, nemen we een bakkie koffie in Windsor, vlakbij het gelijknamige kasteel.

Na zo’n 350 km. heb ik de snelweg wel zo’n beetje gezien. Ik toets op de Garmin in dat ik naar de plaats van bestemming wil zonder de ‘autobahn’ te volgen (sommige dingen schrijft Garmin alleen maar in het Duits). Dat resulteert echter in 100 mijl extra afstand, dus van dat idee stap ik weer snel af. Op het moment dat we een tolbrug op rijden begrijp ik waarom Garmin wat moeilijk deed over een alternatieve route. Het vermijden van tolwegen was namelijk standaard ingesteld. Niet lang na de tolbrug duiken we alsnog de M4 af, maar het enige alternatieve aan de route is de toename van het aantal rotondes. Ik ben blij dat ik de meeste routes in Ierland in combinatie met Google Earth heb gepland, zodat ik ervan overtuigd ben daar wel meer scenery te vinden.

Na bijna 440 km. zijn we op de plaats van bestemming, het gehuchtje Pontypridd. De B&B, Central House Guest House, zit wat minder centraal dan de naam doet vermoeden. Om in het centrumpje te komen moet je door wat straten in een achterstandsbuurt wandelen. De B&B zelf is overigens prima.

Dag: Woensdag 24 juni 2009
Pontypridd – Kilmore Quay 233 km.
Weer: Zonnig, blauwe hemel, beetje te warm
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Volgens Garmin zou het stukje Pontypridd – Fishguard ongeveer 1 uur en 43 minuten duren. Omdat ik gewend ben dat ik daar altijd wel iets bij op moet tellen, reken ik op 2 uur reistijd. Onderweg zie ik, ondanks dat ik nagenoeg constant de oncomfortabele maximum snelheid rijd, dat ons aankomsttijdstip nagenoeg met de minuut wordt aangepast. Uiteindelijk arriveren we zo’n drie minuten voor laatste inchecktijd. Van de prachtige vergezichten die we nu onderweg wel tegenkwamen heb ik door de haast niet veel gezien. Wat telt is dat we op tijd zijn en we alle reisstress voorlopig vaarwel kunnen zeggen. Behalve ons slaapadres van vanavond, hebben we geen vaste B&B’s geboekt. We gaan rijden als we willen rijden en blijven hangen als we willen blijven hangen. Dat is pas écht vakantie wat mij betreft.

 

De boottocht verloopt voorspoedig en onze B&B hebben we ondanks een navigatiefoutje mijnerzijds al snel gevonden. Kilmore Quay blijkt een echt vissersdorpje, maar van vis bereiden heeft niet elk restaurantje kaas gegeten. Ondanks de pittige prijzen weet Silver Fox onze goedkeuring niet weg te dragen. Een rondje in de buurt van Kilmore Quay brengt de totale kilometerafstand van vandaag op 233 km. Hoewel Lucy zich nog goed houdt, blijk ik bijna een liter olie bij te moeten vullen. Ik weet dat ze soms wat dorstig naar olie is, maar in heuvelachtig gebied lijkt dat wel veel meer het geval dan langs de vlakke Nederlandse weilanden. Iets om extra in de gaten te houden.

 

Dag: Donderdag 25 juni 2009
Kilmore Quay - Midleton 294,7 km.
Weer: Zonnig, Iers warmterecord (!)
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Tijdens het ontbijt zitten we aan tafel met een Amerikaans stel, genaamd Van Cleve. We raken aan de praat en we krijgen nog wat tips waar we vooral langs moeten. Vandaag staat de Rock of Cashel op de planning, een prachtige ruïne van een kathedraal uit de 13e eeuw. Op de Garmin heb ik een route via de B-wegen ingepland, maar die valt vies tegen. De wegen zijn belabberd en door de begroeiing links en rechts van de weg hebben we ook niet veel uitzicht. Als we vinden dat we na zo’n 30 km. voldoende onze billen hebben getrild op het gatenkaas dat voor asfalt moet doorgaan, vervolgen we onze route via de N- en M-wegen die beter te begaan zijn. In Cashel bezichtigen we de ruïne en de graven.

Het wolkendek met schapenwolkjes staat mooi voor de foto’s. In Cashel eten we bij een restaurantje dat je zonder reisgids niet weet te vinden. Het wordt terecht door de ANWB geadviseerd: De Bishops Buttery van Cashel Palace Hotel. Klinkt duur, maar dat valt alleszins mee.

Onze weg vervolgt nu via de M4 naar Midleton. Garmin raakt geheel de kluts kwijt op de M4, op een stuk weg dat ondanks de meest recente update volgens Garmin niet zou moeten bestaan.
Het tolgedeelte, voor motoren slechts 1 euro, herkent ie daarentegen dan weer wel… Rond een uur of half vier arriveren we in Midleton, waar we een bezoekje hebben gepland aan The Old Midleton Distillery alwaar de beroemde Jameson Irish Whisky wordt gefabriceerd. Voordat we aan dat bezoekje toekomen, willen we eerst een slaapplekje vinden. Tot onze verrassing hangt het centrum hier niet vol met B&B-bordjes. Volgens Garmin zouden we kunnen overnachten in het Midleton Park Hotel. Als ik daar echter mijn motor in de buurt van de receptie parkeer om binnen even te vragen hoeveel een kamer voor een nacht kost, stormt de manager naar buiten en sommeert hij mij om de motor zo snel als mogelijk weg te halen. Daar gaat je klant, stuk onbenul. Aan de overduidelijke lichaamstaal te zien was het me direct al duidelijk dat motorrijders hier kennelijk niet gewenst zijn.

Een paar kilometer verderop, helaas niet in het centrum dus, vinden we een alleraardigst B&B’tje genaamd Amanda’s Place. Amanda heet overigens Eileen, maar dat mag geen naam hebben. We hebben een bed voor vannacht en dat telt. Nadat we onze bagage in de kamer hebben gedumpt, bezoeken we de distilleerderij van Jameson en bezoeken we het winkelstraatje van Old Midleton. Vervolgens eten we bij een helemaal niet zo duur, maar overheerlijk restaurantje genaamd Raymonds Restaurant vlakbij de ingang van de distilleerderij. Omdat we niet met onze B&B op loopafstand van een pub zitten, is een pub-bezoek met de nodige consumpties uitgesloten. We besluiten nog even het havenstadje Cobh te bezoeken.

Dit stadje staat bekend als laatste havenplaats van de Titanic. Het ritje ernaartoe is veelbelovend en het plaatsje zelf blijkt te bruisen van energie. In het centrum zijn meerdere B&B’s en ook een AA-hotel (De Engelse tegenhanger van de ANWB) te vinden. Als we dit eerder hadden geweten, hadden we hier onze plek voor vannacht gezocht. Na wat mooie foto’s is het weer tijd om huiswaarts te gaan. Na het inparkeren van de motor check ik bezorgd het oliepeil, dat blijkt nog op maximum te staan. Dat is een meevaller vergeleken met gisteren. Lucy’s dorst lijkt qua olie voorlopig gelest, dus kennelijk heeft ze er zin in!

Dag: Vrijdag 26 juni 2009
Midleton - Glengarriff 190,9 km.
Weer: Zwaar bewolkt, maar warm en droog.
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

De eerste stop van vandaag is Blarney Castle. Na het betalen van entreegeld lopen we het keurig verzorgde terrein op. Na een paar minuten zijn we bij de redelijk goed geconserveerde ruïne.

We vinden aardig wat leuke en mooie fotomomentjes voordat we de motor starten om de West Cork Coastal Route in het zuiden te volgen. Al snel blijkt waarom ik deze route thuis heb uitgezocht; hij is práchtig! Nu zien we eindelijk scenic Ireland zoals de plaatjes ons beloofden.

In het plaatsje Rosscarbery vinden we een eettent waar ons een gastronomisch hoogstandje wordt voorgeschoteld. Pilgrims Rest is een echte aanrader. Rond een uur of 14:30 passeren we een benzinepomp annex Honda-dealer. Sinds Lucy bijna een liter olie heeft verbruikt, probeer ik zo’n beetje bij elke benzinepomp 10W40 voor motoren te vinden, maar tot nu toe zonder resultaat. Bij de Honda-dealer word ik doorverwezen naar een plaatselijk motorfietsenreparatiewinkeltje. Helaas blijkt deze gesloten, maar er hangt een telefoonnummer van de reparateur.

Als ik die bel krijg ik de horen dat hij er binnen 10 minuten is. Na inderdaad zo’n 10 minuten komt er een mannetje op de fiets die de winkel opent. Hij blijkt te hebben wat ik zoek en ik koop meteen drie literflessen. Lucy moet wel heel erge dorst krijgen als dat niet voldoende is!

De reis wordt vervolgd langs nog een stuk prachtige kustroute en eindigt in Glengarriff. Op twee minuten loopafstand van het dorpscentrum vinden we een iets minder duur B&B’tje (centrum is € 40,-- p.p. en wij betalen nog steeds een pittige € 35,- p.p.) Na een hapje eten duiken we een pub in, genaamd Maple Leaf, waar volgens het vrouwtje van de B&B vanavond traditionele Ierse muziek wordt gespeeld. We maken daar kennis met een paar bejaarde Ieren die nog vol humor en levenslust zitten. Rond een uur of halftien schuiven de inmiddels gearriveerde muzikanten bij elkaar op een bankje in de hoek van de pub. Een busje met bezoekers stopt naast de pub en binnen een mum van tijd zit de pub vol met Ieren en twee Nederlanders (wij dus).

Ruim anderhalf uur genieten we van de traditionele Ierse folkliedjes. Nadat ik een gekregen glaasje whisky heb opgedronken, besluiten we dat het tijd is om naar bed te gaan, de Ierse feestvierders achterlatend.

Dag: Zaterdag 27 juni 2009
Glengarriff - Killarney 227,3 km.
Weer: Licht bewolkt, droog, warm.
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Vandaag ontbijten we wat later, omdat het vrouwtje van de B&B nog even het stadje in moet voor ontbijtingrediënten. Rond een uur of negen rijden we de Ring of Beara op in de richting van de Healy Pass. De wegkwaliteit is nu redelijk goed. Vanwege de warme temperatuur en de route langs een prachtige kust, waan ik mij een beetje in Californië; alhoewel ik daar nooit geweest ben. Volgens mij komt het ook een beetje door de begroeiing. We zien veelvuldig tropische planten, familie van de palm volgens ons. Hoewel Ierland een nat klimaat heeft, zijn de temperaturen kennelijk zodanig dat je hier planten vindt die je in Nederland niet ziet.

De Healy Pass is adembenemend. De weg is over het algemeen net breed genoeg voor 1 auto, maar die komen we maar ongeveer vier keer tegen. Voor de rest zien we eigenlijk alleen maar schapen. De wegkwaliteit laat over het algemeen geen snelheden van boven de 30 km/u toe. Dat is maar goed ook, want het zou zomaar kunnen dat je hier een noodstop voor een paar overstekende schapen moet maken.

Na flink wat megabytes op de geheugenkaarten van onze fototoestellen te hebben opgeslagen, verlaten we de Healy Pass en vervolgen we onze route in de richting van de beroemde Ring of Kerry. In Kenmare halen we een brood, wat beleg en iets te drinken. Leuk plaatsje om te blijven hangen, maar wij willen snel weer verder. Bij een strandje langs de Ring of Kerry nemen we een picknick. De Ring of Kerry rijdt geweldig. De weg is van goede kwaliteit. Dat is ook wel nodig, gezien het grote aantal bussen met vakantievierende bejaarden dat ons in tegengestelde richting passeert.

Na de picknick passeren we een mini-Stonehenge, een typisch oud vervallen boerderijtje en zien we even later de Skellig-eilanden voor ons opdoemen. We verlaten de Ring of Kerry en vervolgen via de Skellig-route, die iets minder druk bevolkt is. Van snelheidslimieten hebben de Ieren nog geen kaas gegeten. Op wegen waar je vanwege het versleten wegdek niet boven de 40 km/u komt, zetten ze doodleuk borden neer met een snelheidsbeperking van 80 km/u. Het zal wel een vorm van Ierse humor zijn.

Omdat we gelukkig goed opletten zien we een bordje opdoemen met de mededeling dat er een uitzichtpunt is over de mooiste kliffen van Kerry. Het zal het niet halen bij de Cliffs of Moher, maar wij vinden het ondanks de € 3,50 toegang per persoon vooralsnog prachtig.

Daarna is het tijd om een slaapplek voor vanavond te vinden. We rijden door naar het levendige plaatsje Killarney, waar we een prima B&B-adresje vlakbij het centrum vinden. Killarney blijkt overigens een motorvriendelijk plaatsje te zijn. Hoewel we in Ierland niet veel motorrijders tegenkomen, zien we er hier bij menig hotelletje of bar een aantal geparkeerd staan. We treffen zowaar ook nog een heus bikerscafé genaamd Kelly’s Corner, waar we een bakkie koffie halen.

Voor ons vanavond verder geen alcohol en live muziek. Mogelijk vanwege het late tijdstip van gisteren en de tijd die we vandaag kwijt zijn geweest aan het rijden en foto’s maken, besluiten we om er vanavond vroeg in te duiken.

Ohja, Lucy blijkt minder dorstig. Ondanks de toch wel heftige rit vandaag met de het nodige reliëf en bijbehorende haarspeldbochten, zit het oliepeil nog tussen midden en max in. Geen reden om bij te vullen vandaag!

Dag: Zondag 28 juni 2009
Killarney - Dingle 118,5 km.
Weer: Bewolkt, droog tot Dingle
Garmin navigatiebestand: [link]
Route op Google Earth: [link]

Vanochtend staan we voordat de wekker gaat al naast ons bed. Het inpakritueel van de bagage zit er al goed in. Na wederom een traditioneel Engels/Iers ontbijt verlaten we het centrum van Killarney en rijden we even later al langs het bord dat aankondigt dat we ons in Killarney National Park bevinden. We hebben onze zinnen gezet op een kijkje bij Torc Waterfall. Op een gegeven moment passeren we een parkeerplaats waar bij staat dat vanaf daar de (wandel)route naar Torc Waterfall begint. Een aantal louche paardenkoetsiers proberen ons een ritje voor € 30,- p.p. aan te smeren, maar daar trappen we niet in. Waar we wel bijna intrappen is een wandelroute van 6 km. Nadat we van een behulpzame passant horen dat de Torc Waterfall prima met de auto of motor even verderop te bereiken is, stappen we snel weer op de motor om een paar kilometer verder te rijden.

Ook daar staan weer louche paardenkoetsiers te wachten op hun volgende slachtoffers. Eentje begint meteen te bellen zodra we de motor parkeren. Dat doet ons besluiten om beurtelings de waterval te bezoeken, zodat de ander bij de spullen kan blijven. Hierdoor zien we ook dat diezelfde louche paardenkoetsier er een rare hobby op nahoudt, namelijk het noteren van kentekens. Dat doet hij ongetwijfeld om te checken hoe lang de voertuigen staan geparkeerd, om redenen die zich laten raden.

Na de Torc Waterfall rijden we, met al onze spullen nog in ons bezit, de rest van het prachtige Killarney National Park binnen. Ik denk dat het menselijk is om prachtige ervaringen of uitzichten te vergelijken met eerdere, enigszins vergelijkbare. Omdat hetgeen we nu aanschouwen kennelijk nergens mee te vergelijken is, waan ik mij in Jurassic Park en verwacht ik elk moment een overstekende Tyrannosaurus Rex.

Aan het einde van de toeristische weg door Killarney National Park, de N71 Muckross Road, draai ik bij Molls Gap de R568 op en daarna via de Blackvalley en Dunloe Upper naar de Gap of Dunloe. Ik ben er vrij zeker van dat Lucy oorspronkelijk niet voor dit soort wegen is gemaakt, maar ze houdt zich goed. Als één van de vele wandelaars ons toeroept: “On a Harley, thát’s the way to do it!” roep ik lachend terug: “Yeah, but I’m pretty sure it’s not made for these roads!” De rit is echt genieten. Veel klimmen, veel dalen, veel bochten en zeer veel fotomomentjes.

Aan alles komt echter een eind en zo ook aan deze bergroute. Algauw duiken we de N72, N70 en R561 op om net als het gaat regenen te eindigen in Dingle. Hier blijven we twee dagen, zodat we ook tijd kunnen nemen voor een boottochtje rond de Blasket Islands, waar we hopen wat zeehonden, dolfijnen en papegaaiduikers te spotten.

Dag: Maandag 29 juni 2009
Dingle – Blasket Islands – Dingle 48,6 km.
Weer: Zonnig, licht bewolkt
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Vandaag hebben we een rustdag gepland, wat al begint bij het tijdstip dat we uit bed komen. Het ontbijt wordt pas om 09:00 uur geserveerd, dus even na achten stappen we pas onder een verfrissende douche. Na het ontbijt bezoeken we het zeeaquarium van Dingle dat 30 meter naast onze B&B ligt. Op zich ben ik niet zo van de dierentuinen en aquaria, maar het doodt de tijd omdat we pas om 14:00 uur naar de Blasket Islands varen.

Na een lunch en een bakkie is het om 14:00 uur dan zover. We varen de baai uit en worden meteen begroet door Fungi, de beroemde dolfijn die hier al zo’n twee decennia de toeristen vermaakt. Tot nu toe geloofde ik dat Fungi-verhaal over Dingle niet zo, maar nu ik hem (of haar) met eigen ogen zie en zelfs meerdere malen fotografeer, gaat elke vergelijking met Loch Ness mank. Vervolgens varen we langs de ruige kusten van de Blasket Islands, waar we prachtige rotsformaties, zeldzame zeevolgels inclusief enkele papegaaiduikers, beehive huts, enkele zeehonden en op het laatst nog een keer Fungi zien. Helaas zien we geen walvissen, maar dat schijnt dan ook zeer zeldzaam te zijn.

Voor het diner hebben we gereserveerd bij het visrestaurant Out of the Blue, wat een heel verstandige keus blijkt te zijn. Om de prijs een beetje te drukken houden we het alleen bij het hoofdgerecht. We blijken daarna nog wat tijd over te hebben en hoewel we ons qua motorrijden een rustdag hadden gegund, kunnen we onszelf niet weerhouden om na het diner toch even de motor te pakken voor de westelijke kustroute. Ook dit ziet er weer prachtig uit, geaccentueerd door de bijna ondergaande zon achter dikke lagen schaapjeswolken. Ik heb het gevoel op het randje van Europa te rijden, zo kijkend naar de Atlantische oceaan links van mij en het Ierse landschap rechts van mij. Welbeschouwd klopt dat overigens ook wel, dat randje van Europa. We komen overigens zelfs nog een paar beehive huts van dichtbij tegen, waar je overdag entree voor moet betalen maar nu geen geldwolven bij in de buurt te zien zijn. (Beehive huts zijn soort middeleeuwse stenen iglo’s die vanaf ongeveer het jaar 1000 zijn gebouwd).

Na dit ritje in de avonduren zit het er voor vandaag weer op. Als we de weersvoorspellingen moeten geloven zullen we de komende dagen de regenpakken moeten aantrekken. Lucy is afgetankt en heeft er 400 ml. olie bij gekregen. Morgen rijden we naar het veer over de Shannon River en hopen we de Cliffs of Moher te bereiken. Met een beetje geluk met zo min mogelijk regen.

Dag: Dinsdag 30 juni 2009
Dingle – Portumbra 275,8 km.
Weer: Zwaar bewolkt,
mistflarden en regenbuien
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

We beginnen vandaag met een ritje over de Connors Pass. Voor het eerst deze vakantie trekken we onze regenpakken aan. Dat blijkt vooral op de Connors Pass niet voor niets. Dikke mist beneemt het zicht links en rechts van ons en voor me zie ik zo’n 30 tot 50 meter ver. De Connors Pass zou op de motor een hemelse rit moeten zijn. De enige vergelijking voor ons met de hemel, is dat we zowel links, rechts, achter als voor ons wolken zien. Alsof de weg letterlijk door de hemel loopt. Na zo’n 10 kilometer trekt de mist op, maar is de Connors Pass alweer voorbij.

Op de route naar de Cliffs of Moher snijden we zo’n 138 kilometer af door het veer over de Shannon te nemen. Voor motorrijders en passagiers kost dat 9 euro. 2 ½ uur later parkeren we onze motor bij de Cliffs of Moher. Ook hier krijgen motorrijders korting. Waar een automobilist hier 8 euro kwijt is, kunnen wij de motor parkeren en hebben wij toegang voor in totaal 2 euro. Daarmee voelen we ons allerminst genaaid. Onze helmen kunnen we zelfs op een droog plekje leggen.

De Cliffs zijn prachtig, maar erg lang kunnen we er niet van genieten. Na een paar foto’s te hebben gemaakt komt de regen op bezoek. Bij de motor teruggekomen komt daar vervolgens dikke mist achteraan. Blij dat we vóór de mist nog enkele foto’s hebben kunnen maken.

Nadat we de Cliffs hebben bezocht besluiten we onze route naar het oosten te verleggen, zodat we onze laatste dagen in Ierland in de omgeving tussen de Wicklow Mountains en de haven van Rosslare kunnen slijten. Het moet ons lukken om binnen twee dagen aan de oostkust te komen en tussendoor de nodige bezienswaardigheden te ontdekken. Op de kaart zie ik oostwaarts Burren National Park vermeld staan en op goed geluk rijden we daarheen. Zo’n twee uurtjes later doemen prehistorisch ogende heuvels voor ons op. Ze lijken op versteende modder- of lavastromen. Wat het extra mooi maakt, is dat we verder niets of niemand zien. Geen toerist, geen Ier, niemand. Als we even later verder rijden zien we wel hier en daar nog een geparkeerde auto, maar het lijkt (nog) geen toeristische trekpleister.

Geheel toevallig rijden we een klein uurtje later langs een vervallen middeleeuws kloostercomplex, genaamd Kilmacduagh, dat in het jaar 610 gesticht is. Volgens het informatiebord behoort dit complex tot één van de best bewaarde kloosters. Op het moment dat wij er foto’s van maken worden de graven en gebouwen door de zon verlicht, terwijl de dikke donkere wolken daarachter ons de volgende bui aankondigen. Dat maakt alles tot een magisch, puur Ierse pracht.

Onze route naar het oosten eindigt vandaag in Portumna, waar we een B&B nabij het centrum vinden. Hoewel we vandaag een paar buitjes hebben gehad, was het meestentijds droog. Mijn handschoenen zijn van binnen nog droog en ook mijn voeten zijn droog gebleven. Al met al lang niet slecht. En ach, je bent niet in Ierland geweest als je geen regen hebt gezien, toch?

 

Dag: Woensdag 1 juli 2009
Portumbra - Glendalough 248,6 km.
Weer: Zwaar bewolkt, maar droog
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

De rit richting Glendalough brengt ons vanochtend via heuvelachtig gebied dat vergelijkbaar is met de Eifel eerst naar Kildare. Uit de folders hebben wij vernomen dat het hier een broeinest van veulentjes is. We bezoeken de Irish National Stud, ofwel de nationale paardenfokkerij en de op dezelfde locatie gelegen Japanse Tuinen.

Vervolgens rijden we via de prachtige R759, ook wel de Militairy Road genoemd, en de R755 naar het mystieke Glendalough in het midden van de Wicklow Mountains. Ik ben blij verrast als ik op een wegwijzer zie dat deze route de “Braveheart Drive” wordt genoemd, met als onderschrift: “Wicklow Film Trail”. Kennelijk heeft dit stukje Ierland een belangrijke rol gespeeld in mijn lievelingsfilm (die overigens over Schotland gaat, maar dat terzijde). Evenals bij de Connors Pass zien we er door de mist die ons hier begroet weinig tot niets van. Ik hoop morgenochtend op goed weer, dan proberen we dit stukje gewoon nog een keer.

Onze rit van vandaag eindigt in Glendalough, waar we na het vinden van de meest prijzige B&B van deze vakantie de uitstekend bewaarde resten van een 13e eeuws kloostercomplex bezoeken. We wandelen ook nog even langs de prachtige Poulanass-waterval en het Upper Lake voor de nodige fotogenieke momentjes.


 

De weersvoorspellingen voor vandaag waren negatief: veel regen en zelfs onweer. Uiteindelijk viel het gelukkig zodanig mee, dat mijn regenpak de gehele dag in de zijtas kon blijven zitten. Morgen nog zo’n dag?

Dag: Donderdag 2 juli 2009
Glendalough – Rosslare (!!) 246,0 km.
Weer: Zwaar bewolkt, regen
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Voor de tweede keer deze reis moeten we onze regenkleding aan, deze keer al bij vertrek. Allereerst rijden we terug naar de R759 ofwel de Militairy Road, in de hoop het deze keer minder mistig aan te treffen. Inderdaad is het iets minder mistig, maar het uitzicht is nog steeds beperkt door dikke flarden regenachtige mist. We weten nog wat plaatjes te schieten, onder andere van een soort dubbelloops watervalletje waar we eerder ook al een foto van hebben gemaakt. Nu is het water vanwege de regenval wat wilder en, kennelijk door de meegenomen modder, bruiner.

Onze volgende stop is het High Cross bij Moone, wederom een middeleeuws kloostercomplex. Op één of andere manier blijft dit ons enorm boeien, maar zo te zien is dat niet representatief voor andere toeristen. Naast het feit dat de locatie best moeilijk te vinden is (je moet zelfs door een soort gat in de muur het terrein op) is er niets of niemand in de omgeving. Vandalisme kennen ze schijnbaar niet in Ierland. Dat is maar goed ook, want in Moone staan prachtige overblijfselen die zoals het High Cross stammen uit de negende eeuw. In een ander land zou dat volgens mij allang in een museum staan en zou je het pas na betalen van entree kunnen aanschouwen.

Na Moone gaat onze rit verder naar de Dunmore Caves, niet ver van Kilkenny. Tijdens het optrekken na een krappe bocht voel ik een, helaas welbekend, vreemd geslinger onder mijn kont. Ik vrees met grote vreze dat Lucy mij aankondigt het na zo’n 2200 km. genoeg te vinden. Na een paar kilometer zie ik een veilig plekje om te stoppen en onder de motor te kruipen. Mijn vrees wordt bewaarheid als ik zie dat van de spaken die zo’n twee maanden geleden allemaal vervangen waren er vier links en een rechts zijn gebroken.

Hoewel het eigenlijk niet veilig is om veel verder te rijden, besluiten we nog wel de 10 km. verderop gelegen Dunmore Caves te bezoeken en daarna te proberen nog in Rosslare te komen. De slechte Ierse wegen in combinatie met misschien nog iets te nieuwe spaken hebben hun tol geëist en het enige wat we kunnen doen is hopen op niet nog meer pech. Gelukkig stopt het met regenen, dus misschien is de Wet van Murphy nog niet op ons van toepassing.

De Dunmore Caves, wellicht onze laatste attractie in Ierland, zijn indrukwekkend. Met name de achtergrondinformatie van de gids maakt het bezoek levendig. Bijzonder is het ook als ik denk in het donker over menselijke resten te lopen, waar het volgens de verhalen mee vol zou liggen. De resten blijken niet menselijk, maar zouden van een dier zijn waarvan nog niet bekend is welk soort. Verder zien we bijzonder gevormde stalactieten en stalagmieten en horen we van een gids welke wreedheden de Vikingen van weleer in deze grotten hebben uitgevoerd.

In plaats van naar het bruisende Kilkenny proberen we vervolgens met de motor zo dicht mogelijk bij Rosslare te komen. Ik heb er weinig tot geen vertrouwen in dat er een motorzaak in Ierland is die de juiste spaken heeft, dus lijkt het me het beste om de boot naar Engeland te nemen en daar de ANWB te bellen.
Lucy houdt het vol tot Rosslare, al kost het nog wel twee extra spaken. Op een kilometertje van de haven vinden we na een paar keer bot te vangen het goedkoopste B&B-adresje van deze vakantie. Die laatste kilometer naar de boot moet ook nog wel lukken later.

Ik bel de ANWB en laat weten wat het probleem is. Ze gaan hun best voor ons doen, wordt mij beloofd. Hoewel ze willen proberen het probleem in Ierland op te laten lossen, hoop ik meer dat we straks in Fishguard opgepikt kunnen worden. Of we nog een paar dagen in Engeland moeten blijven, of misschien zelfs eerder thuis zullen zijn is nu nog de vraag. Gelukkig hebben we het mooiste van Ierland al gezien denken we en hoeven we voor het weer ook niet te blijven. Met een beetje geluk belanden we nog op tijd in het hogedrukgebied aan de oostzijde van Engeland of zelfs in Nederland om nog een graatje van de hittegolf mee te pikken.

Dag: Vrijdag 3 juli 2009
Rosslare – Fishguard – Haverfordwest 1½ km.
Weer: Licht bewolkt, droog
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

We staan vroeg op voor het ontbijt om tijdig met de motor naar de haven te rijden. Hoewel Lucy wat onstabiel rijdt, lukt het zonder problemen om op de boot te komen. Op de boot heb ik even tijd om “Motorisch Gestoord” van Joost Overzee te lezen om mijn gedachten te verzetten. Balen is het natuurlijk nog steeds en het is nog maar de vraag wat ons aan de overkant allemaal staat te wachten.

Midden op zee word ik gebeld door iemand van de ANWB. Hij vraagt me naar de maat van mijn achterwiel en de maat van mijn spaken. Ik heb geen flauw idee en verwijs hem naar de website van Suzuki. Hij deelt me mee dat ze waarschijnlijk wel een reparatieadresje in Engeland hebben. Ik ben benieuwd…

Rond een uur of één meren we aan in Fishguard. Op het moment dat ik de motor op een parkeerplaats neerzet en de ANWB bel, komt de sleepwagen net aanrijden. De sleper brengt ons naar de Suzuki-dealer in Haverfordwest. De mannen van Suzuki hebben slecht nieuws. Ze hebben niet vóór maandag de spaken binnen en het is nog maar de vraag of het dinsdag lukt de spaken er in te laten zetten. Daar hebben ze een mannetje voor, maar die schijnt een drukke agenda te hebben. Met een beetje geluk kunnen we woensdag pas weer verder en laat dat nou zelfs al een dag later zijn dan we gepland hadden om weer thuis te komen.

Ik bel de ANWB om erachter te komen of dit zo de bedoeling was. Dat blijkt tot mijn schrik zo te zijn. Mijn kennelijk iets te brutale vraag of het niet beter is om ons met een sleepautootje naar Harwich te brengen valt niet bepaald in goede aarde. De man van de ANWB helpt me plichtmatig verder met informatie over het declareren van extra hotelkosten en het regelen van vervangend vervoer, maar echt van harte gaat het niet.

Nadat ik afspraken met de man van de ANWB heb gemaakt, meld ik de supervriendelijke mannen van Suzuki dat ik toch voor de spakenreparatie ga. Intussen staat het huilen me nader dan het lachen en knipper ik een aantal keren extra met mijn ogen om het extra vocht niet via mijn ooghoeken te laten lopen.

Intussen vraagt Duncan, één van de Suzukimannen, of we al vervangend vervoer hebben. Ik vertel hem dat de ANWB wat aan het regelen is, maar dat het nog maar de vraag is hoe ik bij het eventuele autoverhuurbedrijf moet komen. We hebben namelijk een zodanige hoeveelheid bagage bij ons, dat ik niet zou weten hoe ik dat op een vervangende motor mee zou moeten nemen. Een auto is dus het enige alternatief. Duncan biedt me echter aan om een Pan European als leenmotor mee te nemen zolang Lucy bij hen gestald staat. Daar kan redelijk wat bagage in en dan hoeven we ook niet te emmeren met de heen- en terugreis naar een autoverhuurbedrijf. Het klinkt mij als muziek in de oren en mijn eega is ook meteen overstag.

Duncan vraagt en passant ook nog of wij al een slaapplek hebben. Ik antwoord negatief en ook daar weet Duncan een oplossing voor. Een kennis van hem heeft een alleraardigst verbouwde boerderij nabij wat paardenstallen, dichtbij het strand, wat restaurants en andere plaatselijke horeca. Hij laat wat plaatjes zien op een website en we zijn meteen verkocht. Duncan print een kaartje van Google Maps uit en geeft aan dat hij de bagage die niet in de Pan European past vanavond wel even langs komt brengen. Hij moet er toch zijn om een verblijf voor vrienden te betalen.

Met de aanwijzingen van Duncan en het grootste deel van onze bagage vertrekken we even later op de Pan naar de Nolton Stables. De Pan is even wennen en de rugpatch van de Intruder Owners Club Holland zal vast een koddig gezicht zijn op een Honda Pan European met Engels kenteken. Na een beetje zoeken en twee keer fout rijden komen we op de plaats van bestemming. Zonder wegenkaart van het gebied waar ik zit en zonder het bluetooth navigatiesysteem van Garmin (waar ik inmiddels meer aan gewend ben dan ik dacht), is het weer even ouderwets navigeren op richtingsgevoel.

De B&B maakt bijna alle ellende goed. De verbouwde boerderij is een plaatje. We wanen ons in een waar kasteeltje. Hier is het niet erg om een paar dagen op reparatie te wachten. ’s Avonds eten we in een cafeetje met uitzicht op het strandje van Little Haven.

Hoewel ik ’s middags telefonisch al aan de ANWB heb laten weten geen vervangend vervoer meer nodig te hebben, belt een dame ons rond 19:30 uur om te laten weten dat er vanaf morgenochtend vervangend vervoer beschikbaar is. Ik laat haar weten hoe de vork in de steel zit en verbaas met toch wel een beetje over het amateurisme van de ANWB. Een enkeling zal ongetwijfeld zijn of haar stinkende best voor ons hebben gedaan, maar anderen maken er een potje van. Ik heb zeer vroegtijdig de ANWB gebeld en ze hebben ruim anderhalve dag gehad om wat zaken voor elkaar te krijgen. Uiteindelijk hebben we alleen een ritje met de sleepauto naar de plaatselijke Suzuki-dealer gekregen en hebben we de rest zelf moeten regelen. Meedenken lijkt niet echt te worden gewaardeerd. Als we volledig op de ANWB hadden geleund, hadden we tot ’s avonds laat in een industriegebiedje bij een Suzukidealer gezeten, om uiteindelijk te horen dat we morgenochtend een leenauto konden ophalen. Ik ben blij dat we daar niet op hebben zitten wachten.

Dag: Zaterdag 4 juli 2009
Omgeving Haverfordwest Stuk of 60 km.
Weer: ’s Morgens regen, ’s middags buiig

Wachtdag 1. We slapen tot laat uit en na het ontbijt wassen we onze kleding in de badkuip. Omdat we op dit adres drie nachten kunnen blijven, heeft de kleding de tijd om te drogen. Na een ellendige twee dagen lees ik een zeer toepasselijk stukje in Motorisch Gestoord van Joost Overzee, blz. 103:

Maar meer nog dan de daad zelf, meer nog dan het ondergaan van prachtige acceleratie en het tarten van de zwaartekracht met een elementair stuur in je knuisten bestaat de ontegenzeggelijke en unieke charme van motorrijden uit het toekomstig verheugen en – vooral – nagenieten. Hiervoor geldt: “Hoe groter de ellende hier en nu, hoe intenser en extra onvergetelijk het nagenieten." ‘Gut, weet je nog dat we zo doorweekt waren bij Salzburg, toen je ook nog een klapband kreeg en vijfhonderd euro moest dokken aan de Wegenwacht? Man, man, wat een ellende…’ Stuk voor stuk en levenslang blijven dit soort ervaringen in je geheugen verankerd, wat motorrijden tot een document of zelfs het dagboek van je leven maakt."

’s Avonds gaan we met de Pan weer naar Little Haven voor een dinertje. Daarna bezoeken we het nabijgelegen St. David’s Cathedral voor wat fotogenieke momentjes.

Dag: Zondag 5 juli 2009
Omgeving Haverfordwest Stuk of 30 km.
Weer: Regen

Wachtdag 2. Wederom uitgeslapen, wat moeten we anders? Buiten regent het, dus een stukje op de Pan is niet iets om voor de lol te ondernemen. Er is hier geen bereik met de mobiele telefoon, dus zelfs nutteloze sms’jes verzenden als tijdverdrijf is niet mogelijk.

Het feit dat het daarnaast toevallig ook zondag is, doet me terugdenken aan vroeger. Vaak gingen we ’s zondags naar mijn opa en oma in de kop van Noord-Holland. Op een druilerige zondag in het pré-pc en pré-internettijdperk, zonder mijn eigen speelgoed, zat er niets anders op dan boeken lezen die mijn ouders wellicht ooit spannend hebben gevonden. Ik kwam vaak niet verder dan de eerste bladzijde. Eigenlijk was ik er al eentje van de computergeneratie en omdat internet voor consumenten nog niet was uitgevonden, zat ik het liefst de hele dag te teleteksten. Hier zitten we echter zonder computer, internet of ander speelgoed op een druilerige zondag te wachten tot het dinsdag of woensdag is, in de hoop dan op de eigen motor naar Harwich te rijden.

’s Middags proberen we tussen de buien door op de Pan een kasteeltje te vinden dat niet blijkt te bestaan. We lunchen en dineren in pubs dichtbij en hopen dat het snel morgen is. Dan verlaten we dit toch wel prachtige B&B’tje en hopen we een plekje te vinden bij een bruisend stadscentrum, met GSM-bereik!

Dag: Maandag 6 juli 2009
Omgeving Haverfordwest Stuk of 10 km.
Weer: Buiig

Wachtdag 3. ’s Morgens bij het ontbijt begint de dag goed. We krijgen flinke korting op onze B&B omdat we niet alle faciliteiten hebben kunnen genieten. En natuurlijk uit medelijden voor onze situatie. Na het inpakken vertrekken we tijdens een licht buitje naar het centrum van Haverfordwest, waar we een niet al te duur hotelletje vlakbij het centrum vinden. Omdat we hier wel GSM-bereik hebben pleeg ik een paar belangrijke telefoontjes. De eerste is naar de B&B vlakbij Harwich, waar we vanavond niet zullen arriveren. De tweede naar de reisverzekering om deze te verlengen. Dat blijkt wegens ‘onvoorziene omstandigheden’ niet nodig. De derde gaat naar de motorzaak waar Lucy staat. De spaken blijken al binnen te zijn en terwijl ik de technische man aan de lijn heb is die net bezig het wiel te demonteren. Vanmiddag brengen ze de spullen naar het mannetje dat de spaken er in moet gaan zetten. Ze weten echter nog niet of en wanneer hij daar tijd voor heeft.

’s Middags bezoeken we het alleraardigste stadje, dat zoals we hoopten op loopafstand winkeltjes, pubs en ander vermaak biedt. Om 16:30 uur bel ik nogmaals de motorzaak. Hoewel ze niets kunnen beloven, hebben ze goede hoop dat Lucy morgen rond 14:00 uur klaar zal zijn. Rond die tijd moet ik nog maar een keertje bellen. We hopen dat komende nacht onze laatste nacht in het westen van Engeland zal zijn en mikken nu op de dagboot vanaf Harwich van woensdag, met één nachtelijke tussenstop om daar te komen.

Iets na vijven belt een aardige dame van de ANWB met de vraag of ze nog iets voor ons kunnen betekenen. Ik bedank haar voor de getoonde interesse en leg haar uit waarom we toch ook wel een beetje teleurgesteld in de ANWB zijn. Ze verbaast zich dat mijn voorstel om ons te repatriëren in plaats van vijf dagen op reparatie te wachten door de andere ANWB-medewerker zo resoluut is afgeserveerd. Het zou namelijk wel degelijk mogelijk zijn geweest volgens haar. Dat nieuws laat ons realiseren dat we eergisteren al thuis hadden kunnen zijn. In mijn hoofd begint de klachtbrief naar de ANWB al vorm te krijgen.

Dag: Dinsdag 7 juli 2009
Haverfordwest - Epping 480,6 km
Weer: Regenbuien
Garmin navigatiebestand [link]
Route op Google Earth [link]

Vandaag is de spanning bij mij om te snijden. Als het meezit hebben we vandaag de motor terug en kunnen we naar huis. De ochtend slenteren we wat rond in het centrum, totdat ik rond 12:30 uur niet langer kan wachten. Ik bel de motorzaak en tot mijn spijt hoor ik dat de motor pas rond 17:00 uur klaar zal zijn. Ons voornemen om direct na ontvangst van de motor naar Epping te rijden zal in het gedrang komen. We besluiten laat en zwaar te lunchen, zodat we in de avonduren onze tijd niet hoeven te verspillen aan diner. Omdat we toch moeten wachten, besluiten we om dat bij de motorzaak te doen. De leenmotor kunnen we dan inleveren en zodra onze eigen motor klaar is kunnen we dan meteen vertrekken. No time to waste!

Rond 14:30 uur zijn we bij de motorzaak. De leenmotor wordt ons door Duncan niet in rekening gebracht. Duncan laat ons nog even internetten achter de computer van een collega, terwijl zijn broer het achterwiel in de motor zet. Rond 15:45 uur krijgen we goed nieuws: de motor is klaar! Meteen laden we de bagage op, halen we het laatste restje op bij het hotel en rijden we oostwaarts naar Epping.

Na zo’n 450 kilometer, ongeveer een halfuur voordat we volgens de Garmin op de plaats van bestemming zouden moeten zijn, stop ik even bij een McDonalds. Op de rotonde, één van de vele in Engeland, voel ik tot mijn verlammende schrik weer geschommel onder mijn kont. Hoeveel pech kan een mens hebben? Er blijken alweer zo’n vijf spaken stuk. Voor het eerst van mijn leven lijk ik te hyperventileren. Het is inmiddels al na 22:00 uur en de zon is al ruimschoots onder. Uiteraard proberen we eerst nog bij het geboekte en reeds online betaalde B&B-adres te komen. Ik blijk in de Garmin echter de onjuiste coördinaten te hebben geprogrammeerd.

Na een stuk of vijf keer bellen met de B&B, waar een slecht Engels sprekend Pools vrouwtje ons de weg probeert de wijzen, we een keer door passanten de verkeerde kant zijn opgestuurd, één keer bijna met een honkbalknuppel van iemands oprit zijn geslagen en met een steeds wiebeligere motor, arriveren we rond 23:45 uur eindelijk bij ons B&B’tje. Voor vannacht in elk geval een slaapplaats, maar de rit naar Harwich morgenochtend vroeg zal niet meer gaan.

Nadat we onze bagage naar binnen hebben gehaald bel ik de ANWB. Een vriendelijke mevrouw vertelt me dat ze haar uiterste best zal doen om voor morgenochtend vroeg iets te regelen.

Dag: Woensdag 8 juli 2009
Epping - Harwich Afstand n.v.t.
Weer: Licht bewolkt, buitjes.

Om 02:00 uur gaat de telefoon. Ik schrik wakker uit mijn niet al te diepe slaap en hoop op goed nieuws. Helaas, een dame van de ANWB laat weten dat de AA (de Engelse ANWB) een storing heeft en dat ze geen contact kunnen leggen. Ik vertel haar dat als het wel lukt, wij uiterlijk om 06:00 uur opgehaald moeten worden willen we de boot nog kunnen halen. Tot een uur of 05:30 uur check ik elk kwartier mijn telefoon op gemiste oproepen, maar helaas. Ik probeer een goede slaap te vatten, in de verwachting dat ik nu wel kan uitslapen voordat eventuele hulptroepen arriveren. De boot halen we toch niet meer.

Om 07:00 uur schrik ik wakker van een sms-bericht van de AA: “Expect assistance at 07:10”. Overhaast, zonder te douchen en zonder ontbijt staan we om 07:15 uur buiten klaar om de AA te ontvangen. Stel je voor dat we de boot nog halen!

Het duurt echter tot 08:15 uur tot de sleepauto arriveert. Ik vraag de chauffeur nog even voor de zekerheid: “You came to take us to Harwich?”, waarop de chauffeur met een stalen gezicht zegt: “No, to a local garage.” Ik leg hem uit dat dit niet is wat ik met de ANWB heb afgesproken en bel met een brok in mijn keel de ANWB weer. Opnieuw leg ik uit dat reparatie zinloos is, totdat de werkelijke oorzaak duidelijk is. Ook laat ik weten dat er ongetwijfeld weer dagen overheen zullen gaan, terwijl we inmiddels moe gestreden zijn en nog maar één ding willen: naar huis! De dame van de ANWB overlegt zo’n 10 minuten, waarna het verlossende woord komt: Er is toestemming ons naar Harwich te brengen en van Hoek van Holland naar huis.

Het duurt vervolgens nog een klein uurtje totdat de sleepautochauffeur van de AA bevestiging krijgt dat hij ons naar Harwich mag brengen. Daar arriveren we rond 11:15 uur en begint het wachten op de nachtboot. Eerst moet ik nog even een slordige 126 euro neertellen voor de overhaast verzette overtochtdatum. Ik hoop maar dat de reisverzekering dat ook tot onvoorziene kosten rekent!

Na een hele dag wachten in een troosteloos hokje bij het incheckpunt van de nachtboot, kunnen we om 20:30 uur eindelijk inchecken. We eten een hapje en ik drink nog een pint Heineken IJskoud. Blij dat we eindelijk bijna voet op Nederlandse bodem kunnen zetten, vallen we in een diepe slaap.

Dag: Donderdag 9 juli 2009
Harwich - Thuis Afstand n.v.t.
Weer: Licht bewolkt, droog

’s Morgens in Hoek van Holland word ik terwijl we nog op de boot zijn gebeld door Theo, onze chauffeur van vandaag. Hij staat klaar met een busje voor mijn motor en mij. De ANWB blijkt te zijn vergeten dat we met zijn tweeën zijn. Theo rijdt in een busje, met plek voor één passagier. Ik heb geen zin om weer de ANWB te bellen - deze keer voor ander vervoer - dus ik neem het risico op een gordelbekeuring of ernstig letsel bij een ongeval op de koop toe: ik kruip tussen bestuurders- en passagiersstoel in. Gelukkig is het busje een automaat, dus hoef ik niet met mijn edele delen op een versnellingspook te zitten.

11:15 uur THUIS

  • Een fotoselectie, voorzien van toepasselijke achtergrondmuziek, is te vinden op YouTube.

Alle foto's via Picasa: